Eigen geld meestal nodig voor huizenkopers

De Corona crisis zorgt ervoor dat we minder geld uitgeven. Tenminste, dat zou je denken! Dat is ook deels waar, spaargeld nam landelijk in totaal met 30 miljard euro toe. Maar die toename is niet evenredig. Grote groepen Nederlanders hebben geen of te weinig geld gespaard. Terwijl vooral voor starters op de woningmarkt eigen geld steeds belangrijker wordt.

Weinig spaargeld maakt het lastig voor starters op woonmarkt

Vanwege de dalende uitgaven tijdens de Corona crisis - winkels en horeca zijn dicht en reizen is nog steeds enorm lastig - sparen we in Nederland veel meer. Tussen maart vorig jaar en februari van dit jaar stalden huishoudens bijna 46 miljard euro bij banken – ruim 2,5 keer zoveel als het jaar daarvoor. Zo blijkt uit cijfers van DNB. Echter, spaargeld is niet evenredig verdeeld tussen verschillende inkomensgroepen. En dat terwijl overbieden op de woningmarkt momenteel de norm is. Dat is lastig, want meestal is slechts 100% van de marktwaarde te financieren. Dat betekent dat er eigen geld moet worden ingebracht.

Oneerlijke verdeling van spaargeld

Van de Nederlanders met een inkomen rond modaal, 36.500 tot 43.500 euro bruto per jaar, zag 40 procent het spaargeld stijgen. Zo blijkt uit onderzoek van de Rabobank. Onder Nederlanders die meer verdienen, is dat 56 procent. En van de degenen met een inkomen beneden modaal zegt 24 procent dat het spaargeld binnen zijn huishouden de afgelopen twaalf maanden is gestegen. Ook kwam uit het onderzoek naar voren dat uitgaven niet daalden, zoals wel verwacht was. Maar liefst 70 procent van de 1.546 ondervraagde Nederlanders geeft aan dat zijn huishoudelijke uitgaven aan producten en diensten het afgelopen jaar gelijk zijn gebleven of zelfs zijn gestegen. Huishoudens met een inkomen rond of boven modaal, geven vaker aan dat ze de afgelopen twaalf maanden in totaal minder hebben uitgegeven. Dat is dan ook in lijn met de toename van het spaargeld.

Waarom is spaargeld zo belangrijk?

Het financiële kenniscentrum Nibud adviseert huishoudens om een minimale buffer aan te leggen van 3.400 euro om voorbereid te zijn op onverwachte kosten, maar een kwart van de Nederlanders komt daar niet aan. Voor het kopen van het huis wordt het hebben van eigen geld - vaak spaargeld - ook steeds belangrijker. De ‘kosten koper’ kun je sinds 1 januari 2018 niet meer meefinancieren in je hypotheek. Je moet denken aan een bedrag van ongeveer vier tot zes procent van de koopsom. Vaak dus aanzienlijk meer dan 3400 euro.  Maar niet alleen de kosten moet je zelf betalen. Ook overbieden wordt steeds gebruikelijker: huizen worden verkocht voor een prijs boven de vraagprijs. Je mag maximaal 100% van de woningwaarde lenen als hypotheek. Dat is de marktwaarde, en dankzij de krapte op de huizenmarkt ligt de werkelijke prijs daar nog weleens boven. En dat moet je dan zelf ophoesten.

Wat moet je zelf betalen?

Voor de aankoop van een bestaande woning heb je te maken met verschillende kosten, ook wel samengevat als kosten koper. Het gaat om kosten voor de notaris, taxatiekosten, hypotheekadvies, overdrachtsbelasting en eventueel de premie voor de Nationale Hypotheek Garantie. Naast de aankoopkosten, heb je wellicht ook geld nodig voor de verhuizing en eventueel het opknappen en inrichten van je huis. Sommige energiebesparende maatregelen kun je echter wel financieren.

Weinig spaargeld vooral lastiger voor starters

Voor starters moet het eigen geld vooral uit spaargeld komen. Had je al een huis, dat verkocht wordt? Dan is de kans aanwezig dat je daar meer voor vangt dan het openstaande hypotheekbedrag. Dat komt door de krapte op de markt, en de hoge woningprijzen. Die overwaarde kun je dan in je nieuwe woning steken. Als starter heb je nog geen woning te verkopen, en dus ook geen overwaarde te investeren. Daarom heb je vaak best wel wat spaargeld nodig om je eerste woning te kunnen kopen. Dit maakt het moeilijker voor starters om de woningmarkt te betreden.