De Geschiedenis van Andelst

Andelst is ontstaan op een tweetal woerden (Andelst en De Hoge Hof).
De woerd Andelst is vanaf de Romeinse tijd continu bewoond geweest en wordt begrensd door de Wageningsestraat, de Emmastraat en de Hoofdstraat. Over de woerd loopt de Kerkstraat.
De Hoge Hof was ooit een centrum van bestuur en rechtspraak.
Reinald II, graaf van Gelre, benoemde Andelst in 1327 tot een gerechtsplaats. Op de tweede zondag na Pasen werd hier onder de blote hemel door de Ambtman recht gesproken.
Andelst, vroeger ook wel Aalst genoemd, wordt al genoemd in een oorkonde uit 855 waarin ene Folker aan het klooster van Werden (D) goederen schenkt. Hij noemt Andelst daar “Andassale”.

Het huis Andelst.

Tot in het midden van de 19e eeuw heeft in Andelst een kasteeltje gestaan.
Dit voormalige “Huis te Andelst” lag iets ten noorden van de tegenwoordige Tielsestraat.
Ter hoogte van de huidige Klipstraat is zijn de overblijfselen van de toegangspoort nog te vinden. Ook de gracht is nog in het landschap zichtbaar.
Van dat kasteel is een leenakte bekend uit 1628 toen Geert (of Gerrit) van Meeckeren het kasteel in leen kreeg van de Staten van Gelderland. Eerdere akten waarin het kasteel genoemd wordt zijn, voor zover ons bekend, niet gevonden, maar het is goed mogelijk dat het al eerder als allodiaal (= zelfstandig) bezit heeft bestaan. Er zijn meer voorbeelden bekend dat het zelfstandig bezit over ging naar een leenbezit.
Het huis Andelst is in het bezit geweest van de adellijke families Van Meeckeren, Van Bemmel, Van Hövell  en van Speijaert van Woerden.
Hoe het ook is geweest, wel is bekend dat de op twee na laatste bezitter, de familie Speijaarts van Woerden was. Na het overlijden van de laatste Speijaarts in Andelst werd het kasteel in 1821 verkocht aan de familie Pook van Baggen.

Pieter Pook van Baggen heeft er niet lang van kunnen genieten. Hij overleed in 1829 en werd op het kerkhof bij de NH Kerk in Andelst begraven. Zijn grafsteen is daar nog steeds aanwezig. Omdat diens zoon Abraham bij zijn overlijden nog minderjarig was werd de opvoeding overgelaten aan een gouverneur, de heer H.L. Panel. Die legt het vervolgens eerst aan met de weduwe van Pook van Baggen, Johanna Haertjes, en trouwt dan met haar. Hij was een buitengewoon slecht beheerder van huis en landgoed en bracht de familie in diepe schulden. Bovendien kon hij in het geheel niet opschieten met zijn echtgenote en haar zoon.
In 1844 moesten huis en goed verkocht worden, waarop Hendrik Lodewijk Panel met de noorderzon vertrok. Naar verluid in gezelschap van de schone dochter van het winkeltje "De Papegaai" .
Op 6 juli 1856 komt zij berooid terug uit Lafayette in de Verenigde Staten. Van Panel is nooit meer iets vernomen.

De laatste eigenaar van Huis Andelst was de burgemeester van Dodewaard, Cornelis Taats, die het kocht van Johanna, de armlastig geworden weduwe van Pook van Baggen. Hoe het verder precies is gegaan met het huis Andelst is niet geheel duidelijk. Wel weten we dat het bouwkundig in slechte staat verkeerde en dat het nog voorkomt op een kaart van 1840. Maar vrij snel na de aankoop, d.i. rond het jaar 1846, is het afgebroken. En dat is grondig gebeurd. In de directe omgeving van dit gebouw zijn geen achtergebleven stenen of dergelijk bouwmateriaal te vinden.
Taats laat nog eerst wel een  "schilderijtje" maken door de schilder Matthijs Quispel uit Dordrecht.
Daardoor weten we nu nog hoe het kasteel er ongeveer heeft uitgezien.

Als in de 19e eeuw een kasteel werd afgebroken werden de vrijgekomen bouwmaterialen, omdat ze kostbaar waren, op grote schaal hergebruikt.
Wat er uiteindelijk restte waren een binnen- en buitenslotgracht twee toegangswegen en twee toegangspoorten. (Nog zichtbaar: een aan de Tielsestraat en een aan de Wageningsestraat.) Dit alles ligt midden tussen agrarisch gebruikte percelen. De toegangsweg vanaf de Wageningsestraat is nog  goed herkenbaar omdat daar enige decennia geleden eiken laanbomen zijn geplant maar de rest is vrijwel onzichtbaar. Met name de toegangshekken die voorzien waren van natuurstenen vazen zijn ernstig in verval geraakt en dreigen totaal verloren te gaan ondanks het feit dat het hier rijksmonumenten betreft.
Op meer plaatsen zie je dat door gebrek aan aandacht monumenten verloren gaan. De Historische Kring Midden-Betuwe ziet het als haar taak de verantwoordelijken op hun taak te wijzen o.a. dit monument in stand te houden om te voorkomen dat een stuk identiteit van Andelst volledig verloren gaat.

De N.-H.  kerk van Andelst.

 Uit onderzoek blijkt dat er al mensen woonden op de plek waar nu Andelst ligt voor de tijd dat de Romeinen in ons gebied kwamen. Al voor het jaar 1000 moet er een simpel houten kerkje hebben gestaan. Ergens in de elfde eeuw is men begonnen met de bouw van een eenvoudig kerkje. Dat zag eruit als een klein langwerpig gebouwtje opgetrokken uit wel 134 soorten natuursteen afkomstig uit het Zevengebergte bij Königswinter. (Zie de zuidmuur van de huidige kerk.) Wee weten inmiddels vrij nauwkeurig hoe die stenen hier gekomen zijn: op houtvlotten zakte men de Rijn af.
In de latere Middeleeuwen, (tussen 1350 en 1400) is de toren er bij gebouwd zonder dat men van de toren in de kerk kon komen. Pas veel later is er een toegang tot de kerk gemaakt. Nadat de toren (nog zonder spits) was gerealiseerd voelde men behoefte  een koor aan de kerk te bouwen. Bedenk dat de Reformatie nog moest plaatsvinden. De eerste steen uit 1440 is bij toeval in 1912 teruggevonden. De tekst luidt:
INT JAER ONS HERE MCC EN XL OP SUNTE MERC ACH WART DIES JERSTE STIEN VAN DESE CHOER GELACHT I DE EER GAEDS EN SINTE VIIT, ONS PATROE.
Of in onze taal:
In het jaar onzes Heren 1440 op St. Maartensdag (d.w.z. 11 november) werd de eerste steen van dit koor gelegd ter ere van God en van St. Vitus, onze patroon.

Wat de patroonheilige van de kerk betreft: er is onenigheid over wie er met “Sinte Viit”  wordt bedoeld. Dat kan zijn:

  • Vitus. Hij was een van de “14 heilige helpers”: binnen de katholieke kerk en werd vroeger aangeroepen tegen epilepsie. Nu nog bekend van de “sint vitusdans” een plotselinge aandoening bij kinderen waarbij zij onvoorspelbare bewegingen maken met armen en benen.
  • Willibrordus. St. Viit zou dan een afkorting zijn van zijn naam.

In de kerk zijn enkele grafstenen in de muur van het koor gemetseld voor de restauratie van 1912 in de kerk in de vloer lagen. Het betreft de grafstenen van Baltes van Bemmel, Diderick van Zevener en Johanna van Bemmel en van Meeckeren-Hackfort. Allen uit het midden van de 17e eeuw.
Bij de grondige restauratie van 1929 is de consistoriekamer gecreëerd door een deel van het schip daarvoor op te offeren. Tot die tijd werd die ruimte gebruikt als school.
Bij deze verbouwing werd ook de spits op de toren gezet met een 4-zijdig uurwerk.
Over de luiklok nog het volgende: De Duitsers vorderden de klok in de oorlog. Uiteindelijk werd hij in 1945 teruggevonden op het abattoir te Tilburg en weer teruggehangen.

Tekst: HKMB (Marie Elings, Wim Huijbrechts)

De Geschiedenis van Andelst

Andelst is ontstaan op een tweetal woerden (Andelst en De Hoge Hof).
De woerd Andelst is vanaf de Romeinse tijd continu bewoond geweest en wordt begrensd door de Wageningsestraat, de Emmastraat en de Hoofdstraat. Over de woerd loopt de Kerkstraat.
De Hoge Hof was ooit een centrum van bestuur en rechtspraak.
Reinald II, graaf van Gelre, benoemde Andelst in 1327 tot een gerechtsplaats. Op de tweede zondag na Pasen werd hier onder de blote hemel door de Ambtman recht gesproken.
Andelst, vroeger ook wel Aalst genoemd, wordt al genoemd in een oorkonde uit 855 waarin ene Folker aan het klooster van Werden (D) goederen schenkt. Hij noemt Andelst daar “Andassale”.

Het huis Andelst.

Tot in het midden van de 19e eeuw heeft in Andelst een kasteeltje gestaan.
Dit voormalige “Huis te Andelst” lag iets ten noorden van de tegenwoordige Tielsestraat.
Ter hoogte van de huidige Klipstraat is zijn de overblijfselen van de toegangspoort nog te vinden. Ook de gracht is nog in het landschap zichtbaar.
Van dat kasteel is een leenakte bekend uit 1628 toen Geert (of Gerrit) van Meeckeren het kasteel in leen kreeg van de Staten van Gelderland. Eerdere akten waarin het kasteel genoemd wordt zijn, voor zover ons bekend, niet gevonden, maar het is goed mogelijk dat het al eerder als allodiaal (= zelfstandig) bezit heeft bestaan. Er zijn meer voorbeelden bekend dat het zelfstandig bezit over ging naar een leenbezit.
Het huis Andelst is in het bezit geweest van de adellijke families Van Meeckeren, Van Bemmel, Van Hövell  en van Speijaert van Woerden.
Hoe het ook is geweest, wel is bekend dat de op twee na laatste bezitter, de familie Speijaarts van Woerden was. Na het overlijden van de laatste Speijaarts in Andelst werd het kasteel in 1821 verkocht aan de familie Pook van Baggen.

Pieter Pook van Baggen heeft er niet lang van kunnen genieten. Hij overleed in 1829 en werd op het kerkhof bij de NH Kerk in Andelst begraven. Zijn grafsteen is daar nog steeds aanwezig. Omdat diens zoon Abraham bij zijn overlijden nog minderjarig was werd de opvoeding overgelaten aan een gouverneur, de heer H.L. Panel. Die legt het vervolgens eerst aan met de weduwe van Pook van Baggen, Johanna Haertjes, en trouwt dan met haar. Hij was een buitengewoon slecht beheerder van huis en landgoed en bracht de familie in diepe schulden. Bovendien kon hij in het geheel niet opschieten met zijn echtgenote en haar zoon.
In 1844 moesten huis en goed verkocht worden, waarop Hendrik Lodewijk Panel met de noorderzon vertrok. Naar verluid in gezelschap van de schone dochter van het winkeltje "De Papegaai" .
Op 6 juli 1856 komt zij berooid terug uit Lafayette in de Verenigde Staten. Van Panel is nooit meer iets vernomen.

De laatste eigenaar van Huis Andelst was de burgemeester van Dodewaard, Cornelis Taats, die het kocht van Johanna, de armlastig geworden weduwe van Pook van Baggen. Hoe het verder precies is gegaan met het huis Andelst is niet geheel duidelijk. Wel weten we dat het bouwkundig in slechte staat verkeerde en dat het nog voorkomt op een kaart van 1840. Maar vrij snel na de aankoop, d.i. rond het jaar 1846, is het afgebroken. En dat is grondig gebeurd. In de directe omgeving van dit gebouw zijn geen achtergebleven stenen of dergelijk bouwmateriaal te vinden.
Taats laat nog eerst wel een  "schilderijtje" maken door de schilder Matthijs Quispel uit Dordrecht.
Daardoor weten we nu nog hoe het kasteel er ongeveer heeft uitgezien.

Als in de 19e eeuw een kasteel werd afgebroken werden de vrijgekomen bouwmaterialen, omdat ze kostbaar waren, op grote schaal hergebruikt.
Wat er uiteindelijk restte waren een binnen- en buitenslotgracht twee toegangswegen en twee toegangspoorten. (Nog zichtbaar: een aan de Tielsestraat en een aan de Wageningsestraat.) Dit alles ligt midden tussen agrarisch gebruikte percelen. De toegangsweg vanaf de Wageningsestraat is nog  goed herkenbaar omdat daar enige decennia geleden eiken laanbomen zijn geplant maar de rest is vrijwel onzichtbaar. Met name de toegangshekken die voorzien waren van natuurstenen vazen zijn ernstig in verval geraakt en dreigen totaal verloren te gaan ondanks het feit dat het hier rijksmonumenten betreft.
Op meer plaatsen zie je dat door gebrek aan aandacht monumenten verloren gaan. De Historische Kring Midden-Betuwe ziet het als haar taak de verantwoordelijken op hun taak te wijzen o.a. dit monument in stand te houden om te voorkomen dat een stuk identiteit van Andelst volledig verloren gaat.

De N.-H.  kerk van Andelst.

 Uit onderzoek blijkt dat er al mensen woonden op de plek waar nu Andelst ligt voor de tijd dat de Romeinen in ons gebied kwamen. Al voor het jaar 1000 moet er een simpel houten kerkje hebben gestaan. Ergens in de elfde eeuw is men begonnen met de bouw van een eenvoudig kerkje. Dat zag eruit als een klein langwerpig gebouwtje opgetrokken uit wel 134 soorten natuursteen afkomstig uit het Zevengebergte bij Königswinter. (Zie de zuidmuur van de huidige kerk.) Wee weten inmiddels vrij nauwkeurig hoe die stenen hier gekomen zijn: op houtvlotten zakte men de Rijn af.
In de latere Middeleeuwen, (tussen 1350 en 1400) is de toren er bij gebouwd zonder dat men van de toren in de kerk kon komen. Pas veel later is er een toegang tot de kerk gemaakt. Nadat de toren (nog zonder spits) was gerealiseerd voelde men behoefte  een koor aan de kerk te bouwen. Bedenk dat de Reformatie nog moest plaatsvinden. De eerste steen uit 1440 is bij toeval in 1912 teruggevonden. De tekst luidt:
INT JAER ONS HERE MCC EN XL OP SUNTE MERC ACH WART DIES JERSTE STIEN VAN DESE CHOER GELACHT I DE EER GAEDS EN SINTE VIIT, ONS PATROE.
Of in onze taal:
In het jaar onzes Heren 1440 op St. Maartensdag (d.w.z. 11 november) werd de eerste steen van dit koor gelegd ter ere van God en van St. Vitus, onze patroon.

Wat de patroonheilige van de kerk betreft: er is onenigheid over wie er met “Sinte Viit”  wordt bedoeld. Dat kan zijn:

  • Vitus. Hij was een van de “14 heilige helpers”: binnen de katholieke kerk en werd vroeger aangeroepen tegen epilepsie. Nu nog bekend van de “sint vitusdans” een plotselinge aandoening bij kinderen waarbij zij onvoorspelbare bewegingen maken met armen en benen.
  • Willibrordus. St. Viit zou dan een afkorting zijn van zijn naam.

In de kerk zijn enkele grafstenen in de muur van het koor gemetseld voor de restauratie van 1912 in de kerk in de vloer lagen. Het betreft de grafstenen van Baltes van Bemmel, Diderick van Zevener en Johanna van Bemmel en van Meeckeren-Hackfort. Allen uit het midden van de 17e eeuw.
Bij de grondige restauratie van 1929 is de consistoriekamer gecreëerd door een deel van het schip daarvoor op te offeren. Tot die tijd werd die ruimte gebruikt als school.
Bij deze verbouwing werd ook de spits op de toren gezet met een 4-zijdig uurwerk.
Over de luiklok nog het volgende: De Duitsers vorderden de klok in de oorlog. Uiteindelijk werd hij in 1945 teruggevonden op het abattoir te Tilburg en weer teruggehangen.

Tekst: HKMB (Marie Elings, Wim Huijbrechts)

NH kerk Andelst